De min-maxovereenkomst

by
DSC_0251

Een min-maxovereenkomst is een overeenkomst waarbij werkgever en werknemer zowel een minimum aantal als een maximumaantal uren overeenkomen. De werknemer heeft in ieder geval recht op loon over het minimum aantal overeengekomen uren. Ten aanzien van het aantal uren boven het minimum geldt dat de werkgever de werknemer kan oproepen, aan welke oproep de werknemer verplicht is gehoor te geven. De werknemer is niet verplicht gehoor te geven aan een oproep om meer dan het maximum aantal uren te werken.

Maar hoe verhoudt zich de min-maxovereenkomst tot het wettelijke vermoeden? De wet kent namelijk de volgende bepaling:

Indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, wordt de bedongen arbeid in enige maand vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden.

Uit de jurisprudentie blijkt dat bij een min-maxovereenkomst voornoemd rechtsvermoeden pas een rol gaat spelen al structureel meer wordt gewerkt dan de overeengekomen arbeidsomvang, dus meer wordt gewerkt dan het maximum aantal overeengekomen uren.

Een andere vraag is of de werknemer recht op loon heeft als hij geen gehoor geeft aan een oproep van de werkgever. Om deze vraag te kunnen beantwoorden dient naar de oorzaak van het niet verrichten van de werkzaamheden worden gekeken. De werknemer heeft namelijk recht op loon als hij de werkzaamheden niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever dient te komen. Te denken valt dan aan een afzegging door de werkgever of aan ziekte van de werknemer. In die situaties bestaat er wel recht op loon over de uren van de oproep.

Zonder bereidheid van de werknemer om de werkzaamheden te verrichten, bestaat er geen recht op loon. Maar het is de werkgever die moet bewijzen dat de werknemer niet bereid was om de werkzaamheden de verrichten. Bij arbeidsovereenkomst kan van deze hoofdregel worden afgeweken voor wat betreft de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst.

Voor de berekening van de transitievergoeding na het einde van een min-maxovereenkomst wordt het gemiddelde salaris genomen van een periode van 12 maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Periodes van ziekte, verlof of staking worden niet meegeteld. Als die periodes bij elkaar 1 maand of langer hebben geduurd, dan wordt de referteperiode verlengd.