Opkomen tegen een ontslag op staande voet

by
DSC_0068

Een ontslag op staande voet kan voor een werknemer verstrekkende gevolgen hebben. Immers heeft de werknemer van de een op de andere dag geen inkomen meer. Het salaris wordt niet langer meer betaald en recht op een Werkeloosheidsuitkering is er in veel gevallen niet. Een werknemer zal dan ook in veel gevallen gedwongen zijn om zich te gaan verweren tegen zijn ontslag op staande voet.

Als werknemer kun je op staande voet ontslagen worden vanwege een dringende reden. Die dringende reden moet door de werkgever onverwijld worden medegedeeld. De wet geeft een opsomming van dringende redenen. Die opsomming is echter niet uitputtend. In feite komt het er op neer dat er een situatie moet zijn ontstaan waarbij van de werkgever niet langer kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De dringende reden moet zodanig van aard zijn dat de werkgever de arbeidsovereenkomst wel per direct moet opzeggen..

Als een werknemer tegen het ontslag op staande voet wil opkomen, dan zal hij binnen 2 maanden een verzoekschrift moeten indienen bij de kantonrechter met het verzoek het ontslag op staande voet te vernietigen. Eventueel kan de werknemer tegelijkertijd in kort geding de doorbetaling van zijn salaris vorderen en zonodig ook de wedertewerkstelling. De werkgever kan in reactie daarop de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoeken aan de kantonrechter. Dat houdt in dat verzocht wordt de arbeidsovereenkomst te ontbinden voor het geval dat ooit in een ander procedure blijkt dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven.

⇒ Wat bepaalt de wet over het ontslag op staande voet?