Het recht op de transitievergoeding

by
DSC04331

Het recht op een transitievergoeding bestaat als het dienstverband ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst voor de werknemer onvrijwillig is geëindigd.

Er is geen transitievergoeding verschuldigd bij een beëindiging met wederzijds goedvinden. Het gaat dan namelijk om een vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Wel kan er in de beëindigingsovereenkomst een ontslagvergoeding overeengekomen worden omdat de werknemer anders geen reden heeft om de beëindigingsovereenkomst te tekenen.

De transitievergoeding is ook niet verschuldigd als de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.

In het geval van een bijbaantje is er evenmin recht op een transitievergoeding. Er is sprake van een bijbaantje als de arbeidsovereenkomst eindigt voordat de werknemer achttien jaar oud is en hij gemiddeld maximaal twaalf uur per week werkte. Als de arbeidsovereenkomst na de achttiende verjaardag eindigt, telt de tijd voor de achttiende verjaardag niet mee voor de berekening van de totale duur van het dienstverband.

Ook werknemers van wie de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, hebben geen recht op een transitievergoeding.

De hoogte van de transitievergoeding wordt als volgt berekend. Over de eerste 120 maanden van het dienstverband bedraagt de transitievergoeding per volledige periode van zes maanden steeds een zesde van het loon per maand. Na de eerste 120 maanden van het dienstverband wordt dit een kwart van het maandloon. De transitievergoeding is verder gemaximeerd tot een bedrag van € 75.000,- bruto of tot een jaarsalaris indien dit hoger is.

Voor oudere werknemers geldt nog een overgangsregeling die tot 1 januari 2020 geldt. Werknemers met een dienstverband van minimaal 10 jaar en ouder dan 50 jaar krijgen niet een kwart van het maandloon, maar de helft van het maandloon voor de maanden na de vijftigste verjaardag. Deze overgangsregeling geldt overigens niet voor werkgevers met minder dan 25 werknemers.

Voor werkgevers in financiële problemen bestaan uitzonderingen op de plicht om een transitievergoeding te voldoen. Werkgevers die failliet zijn verklaard zijn bijvoorbeeld in het geheel geen transitievergoeding verschuldigd. Een kleine werkgever die de arbeidsovereenkomst moeten beëindigen met een werknemer als gevolg van slechte een financiële situatie mag tot 1 januari 2020 de maanden die gelegen zijn voor 1 mei 2013 buiten beschouwing laten bij de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst. Dit heeft tot gevolg dat de transitievergoeding in zo’n geval aanzienlijk lager zal liggen. Een werkgever die op korte termijn de transitievergoeding niet kan betalen, heeft in bepaalde gevallen de mogelijkheid om in termijnen te betalen. Voornoemde werkgevers zullen moeten voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld in de ministeriële regeling.

⇒ Wat bepaalt de wet over de transitievergoeding?